Vandaag kwam ik een nieuw fenomeen tegen, een ‘online oorlog’. Bij dit begrip dacht ik meteen aan kinderen van de middelbare school die elkaar online, via MSN of communitysites, pesten. Ik vond het vreemd om dit meteen een ‘oorlog’ te noemen, aangezien er wel ernstigere dingen op de wereld gebeuren. Daarom besloot ik het artikel verder te lezen. Het bleek niet om een online pesterij te gaan, nee, het ging om een échte oorlog.
De oorlog tussen de Palestijnen en de Israëliërs duurt al jaren, ik weet niet beter of er wordt gestreden in de Gazastrook. Maar de oorlog speelt niet alleen af in de Gazastrook. De oorlog wordt ook online gestreden. De Israëlische persvoorlichter Maj. Avital Leibovich zei, op de persconferentie van 24 december 2008: “Zowel de blogosfeer als de nieuwe media zijn onderdeel van de oorlog tegen Hamas. Ook daar moeten we een belangrijke speler zijn.” Internationale kanalen als YouTube, Public Diplomacy en Twitter worden gebruikt om sympathieën voor hun strijd te winnen. De Palestijnen en hun aanhangers spreken van massamoord, een tweede Holocaust en genocide. Terwijl pro-Israëlische sites wijzen op zelfverdediging. Marco Visser heeft in zijn artikel ‘Israel kan strijd op web nog niet winnen’, gepubliceerd op de website van Trouw, alles even op een rijtje gezet. Hieruit blijkt dat Israël de strijd online aan het verliezen is.
Online activiteiten
Op YouTube bijvoorbeeld, heeft het Israëlische leger zijn eigen kanaal. Hierop toont ze filmpjes van bombardementen die aantonen dat Hamas wapens verbergt in moskeeën. Daarnaast probeert het Israëlische leger de VN tegen Hamas op te zetten door filmpjes te plaatsen van Hamasleden die raketten afvuren bij een VN-school. Het ministerie van Defensie probeert de oorlog via dit kanaal op een persoonlijke manier te benaderen. Zij plaatsen vlogs, de videovariant van blogs, welke echter meer op propagandaclips lijken.
Maar dit is niks in vergelijking met wat de Palestijnse aanhangers voor indruk achterlaten op het web. Online zijn het niet zozeer de Palestijnse strijders of Hamasleden die de vijanden van de Israëliërs genoemd kunnen worden. Hamas is zelfs heel wat minder succesvol op het web omdat veel Amerikaanse websites geen materiaal van terreurorganisaties willen publiceren. Het zijn eerder de (westerse) critici en de Palestijnse activisten. Zij laten hun stem online meervoudig horen, en spreken hiermee de Israëlische boodschappen tegen. De pro-Israëlische blogs zijn duidelijk in de minderheid. ‘Over het waarom valt te speculeren’, zegt Marco Visser in zijn artikel, ‘maar ook in de Nederlandse media is het pro-Palestijnse geluid net iets sterker’.
Ja, zo lijkt het inderdaad dat Israël de strijd aan het verliezen is. In het vervolg van dit artikel wil ik de volgende vragen beantwoorden: Betekent dit dat Israël ook ‘offline’ zwakker is? In hoeverre heeft deze online oorlog invloed op de echte oorlog?
Offline zwakker
Wat uit het voorbeeld van de Israëliërs en Palestijnen blijkt, is dat beide groepen online aanhangers proberen te winnen. Met filmpjes, blogs en vlogs wordt de andere partij op een negatieve manier voor de buitenwereld afgeschilderd. De beide partijen nemen hiermee het heft in eigen handen. Via de nieuwe media proberen zij zelf het beeld van de rest van de wereld op ‘hun’ oorlog te bepalen. En omdat de pro-Palestijnse stem sterker is dan de pro-Israëlische stem, is die wereldwijde groep aanhangers van de Palestijnen groter.
Kunnen we hieruit opmaken dat Israël ook offline aan het verliezen is?
Vroeger werd een strijd bepaald door de kracht van beide partijen, en niet door het aantal aanhangers. Wanneer een kleine stad tegen een grote stad streed, hoefde dit niet te betekenen dat de grote stad zou overwinnen. Het resultaat werd niet bepaald door de grote van de aanhangers, maar de sterkte van de strijdende legers.
Tegenwoordig wordt een strijd niet alleen meer gestreden door twee legers. Ten eerste zijn er altijd meerdere legers bij betrokken. Daarnaast wordt de strijd niet alleen fysiek gestreden, maar ook mondeling. Wanneer een partij de juiste contacten en verbonden heeft met de juiste personen of regeringen, kan dit ervoor zorgen dat hij de strijd wint. Wat er over een partij wordt gezegd, is bepalend of die juiste personen of regeringen een verbond met de partij willen sluiten of niet. En dit ‘praten’ is tegenwoordig tienduizend keer zo snel de wereld rond dan toen er nog geen internet was. Een mening is dus snel gevormd.
Jammer genoeg wordt hierbij niet in aanmerking genomen wat Andrew Keen zo mooi verwoordt in zijn boek De @-cultuur. Hoe internet onze beschaving ondermijnt. Op pagina 86 zegt hij: “Het probleem is dat de virale, redactieloze aard van YouTube – van neonazi’s tot propagandisten en campagnemedewerkers – in staat stelt om anoniem misleidende, manipulatieve en uit hun verband gerukte video’s te publiceren.” En dit geldt natuurlijk niet alleen voor YouTube, maar ook voor vele andere nieuwe media.
Het is niet voor niets dat de Israëlische persvoorlichter de opmerking maakte dat zij ook in de blogosfeer en in de nieuwe media een belangrijke speler moeten zijn. Online zwak maakt je offline ook zwak. De mensen waarmee je een sterk verbond wilt sluiten, lezen namelijk ook wat er over jou online geschreven wordt. Net zoals een sollicitant ook eerst online wordt nagetrokken voordat hij wordt aangenomen.
Kracht van een online oorlog
Naar mijn mening heeft een online oorlog invloed, en is deze invloed groot. Een online strijd is erg krachtig, het kan zelfs levens kosten. Dit komt door twee belangrijke aspecten. Ze zijn hierboven al tussen neus en lippen genoemd, maar ik wil ze nogmaals benadrukken en uitwerken.
Het belangrijkste aspect is dat de online oorlog internationaal is. De oorlog in de Gazastrook was al internationaal door de bemoeienis van de Verenigde Naties. Maar door de online oorlog krijgt deze oorlog nog eens een extra internationaal tintje. Niet alleen wereldleiders en militaire legers hebben ermee te maken, ook de burger heeft er via de computer in zijn huiskamer mee te maken. En niet alleen de burgers die in de buurt van de Gazastrook wonen, ook de burgers die aan de andere kant van de wereld wonen. Bij de Tweede Wereldoorlog werden burgers van verschillende landen er alleen bij betrokken wanneer hun regering banden had of kreeg met één van de landen die al in de oorlog verwikkeld waren. Bij een online oorlog is je betrokkenheid niet meer afhankelijk van wat de regering van je land besluit. Of, zoals B. Heijne dat in zijn boek Onredelijkheid zegt: “De wereld is naar mij toegekomen” (hoofdstuk 6, p. 105). Dit zorgt ervoor dat een groep aanhangers in een kort tijdbestek immens kan groeien.
Ten tweede bestaat de wereldwijde groep online aanhangers niet alleen uit ‘normale’ burgers. Veel van de critici hebben in het ‘echte’ leven veel invloed in de maatschappij. Een klein voorbeeld is politicus Jan Marijnissen van de SP. Hij heeft een uitgesproken mening over de oorlog tussen de Palestijnen en de Israëliërs. Dit laat hij zowel in de traditionele media, als in de nieuwe media blijken. Maar hij is ook politicus. En als politicus heb je een grotere invloed op de maatschappij, dan een ‘gewone’ burger.
Zo zijn er ook andere opinieleiders en columnisten als Nachoem Barnea, Alex Fishman en Eitan Haber die met hun mening veel invloedrijke lezers beïnvloeden. Eitan Haber is bijvoorbeeld voormalig speechschrijver en rechterhand van de Israëlische premier Rabin en geniet daardoor veel aanzien in politieke aangelegenheden. Meningen van deze personen worden serieus in overweging genomen bij beslissingen over verbonden tussen regeringen.
Ja, een online oorlog heeft zeker gevolgen voor de strijd die offline gestreden wordt.