Marshandising

januari 14, 2009

Popu Politiek

Ingedeeld onder: Actualiteit — 2007marshavandegriend @ 5:11 pm

Ik herinner me nog een spotprent uit de geschiedenisboeken. Daarop zag je een echtpaar uit de gegoede burgerij uit het raam naar buiten kijken waar een massa arbeiders demonstreert voor stemrecht. Eronder stond maar één enkel zinnetje wat de sfeer van die tijd uitstekend beschrijft: “Is het niet om te gieren? Die bende wil hetzelfde kiesrecht hebben als ik!” Volgens de conservatieve liberalen in de 19e eeuw had die ‘bende’ geen recht op stemmen aangezien ze geen benul hadden van de politieke kwesties.

 

Nu is het 2009. Iedereen betaalt belasting, iedereen heeft kiesrecht. Wanneer een politieke leider die stemmen wilt winnen, moet hij dit waard zijn. En of hij dit waard is, wordt afgemeten aan zijn mediaoptreden. Zestig jaar verschil en de wereld lijkt totaal omgedraaid te zijn.

 

De media heeft een immens grote invloed op het stemgedrag van de burgers. Ging het vroeger nog om de boodschap die de verschillende politici brachten, daar gaat het nu om de persoonlijkheid van desbetreffende politici. Wanneer je in de kranten zoekt naar berichten over de Amerikaanse presidentskandidaten van dit jaar, krijg je de volgende koppen: ‘Obama jong, knap en zongebruind’, ‘Obama koopt beste zendtijd’, ‘Palin gezond’, ‘Michelle wordt first lady’, ‘Ook astronauten stemmen’, ‘McCain stemt in Phoenix’, ‘Halfbroer wacht in spanning af’, ‘McCain is echte actieheld’ en ga zo maar door. Ik heb in geen van deze krantenkoppen één fractie van de standpunten van de presidentskandidaten kunnen vinden.

 

Een belangrijk gevolg van dit soort media-aandacht is dat er steeds meer burgers gebruik maken van hun stemrecht. Doordat de media zó veel aandacht aan verkiezingen en politici besteden, wordt de kijker er veel eerder toe aangezet om een standpunt in te nemen. En daarbij, wat belangrijker is, zij komen voor dit standpunt uit. Dit blijkt uit diezelfde Amerikaanse presidentsverkiezingen van dit jaar, de opkomst van stemgerechtigden die ook daadwerkelijk gingen stemmen is met 10% gestegen. Het politiek burgerschap groeit.

 

Maar nu is de belangrijkste vraag: Stemmen deze ‘politiek bewuste burgers’ voor de boodschap die een politici brengt, of stemmen zij voor het karakter dat de politici in de media neerzet?

 

Laten we de laatste Amerikaanse presidentsverkiezingen weer als voorbeeld nemen. Uit onderzoek bleek dat de meeste Amerikanen niet meer dan drie concrete standpunten van de ‘strijdende’ partijen konden noemen. Ook bij de verkiezingen van 2004 richtte maar 10% van de kiezers zich op het politieke programma of de doelstellingen van de kandidaten. Dat standpunt waar zij voor uitkomen heeft dus veel meer betrekking op het uiterlijk van de presidentskandidaat, dan om zijn politieke doelstellingen.

 

En als ik naar mezelf kijk, ik heb ook niet veel meegekregen van de boodschap die beide presidentskandidaten wilden brengen. Ik ben zelf politiek neutraal en wil me er totaal niet mee bezig houden, maar heb deze Amerikaanse presidentsverkiezingen toch met belangstelling gevolgd. Ik ben namelijk wel in de media geïnteresseerd, vooral in de manier waarop zij verhalen en personen neerzetten. En dat laatste is eigenlijk het enige wat de media, maar ook de politici zelf, doen. Zij zetten een persoon neer, een karakter, een idool, een individu waar mensen zich mee kunnen vereenzelvigen. De nadruk ligt zo sterk op dit individu, zijn hond, zijn vrouw, zijn kinderen en zijn dagelijkse bezigheden, dat zijn boodschap eronder gebukt gaat. Het enige wat ik heb meegekregen is dat McCain een republikein is en Obama voor de democratische leringen staat.

En zelfs dàt heb ik, voor de zekerheid, nog even na moeten googlen…

 

Als die conservatieve liberaal van de 19e eeuw nu nog zou leven, dan zou hij zich in het geheel niet druk maken om het feit of die ‘bende’ wel of geen verstand van politieke kwesties heeft. Nee, hij zou zich veel meer druk maken om de presentatie van ‘zijn’ politieke kandidaat in de media. Want hoe oppervlakkiger die presentatie, hoe meer ‘bendes’ er stemmen. En welke toekomstplannen deze kandidaat heeft? Dat merken we vanzelf wanneer we geen keus meer hebben…

 

Wikipedia als vertrouwenspersoon

Ingedeeld onder: Actualiteit — 2007marshavandegriend @ 5:09 pm

Hoe beter het gaat met Wikipedia, hoe slechter het gaat met encyclopedieën als Winkler Prins en Brittanica. “Wikipedia is een meertalige encyclopedie, waarvan de inhoud vrij beschikbaar is. Iedereen kan hier kennis toevoegen!”, zo wordt Wikipedia op zijn eigen website beschreven. De Nederlandse versie van de site heeft 1.620.000 unieke bezoekers per maand. De vrije encyclopedie is een fenoneem geworden, en dat terwijl er 20 november 2008 in het NRC Handelsblad stond dat Winkler Prins stopt met de papieren encyclopedie. Winkler Prins zegt niet op te kunnen tegen de gratis naslagwerken op het internet.

 

Deze ontwikkeling wordt niet door iedereen in dank afgenomen. Andrew Keen gooit, in zijn artikel Waarheid en Leugen, Wikipedia op één hoop samen met Youtube en alle weblogs. Het zijn allemaal ontwikkelingen die mogelijk zijn sinds Web 2.0 de wereld is binnengeslopen. Sinds Web 2.0 heeft de ‘vrijheid van meningsuiting’ een hele andere invulling gekregen. Weblogs staan vol met verzinsels, geruchten en regelrecht bedrog waarbij vaak andere individuen worden geschaad in hun reputatie. Ook Wikipedia valt niet te vertrouwen, iedereen kan er alles op zetten of veranderen. Er is geen redactie die de inhoud controleert op juiste feiten, zoals dat normaal is bij traditionele media. Volgens Andrew Keen is dit één van de vele redenen om niet op Wikipedia te vertrouwen, maar veeleer de dikke Brittanica erbij te pakken als bronnenmateriaal.

 

Ik denk zelf dat Andrew Keen enigszins wel gelijk heeft. Het is inderdaad waar dat iedereen maar kan zeggen wat hij wil. En of dit nu waarheid of onzin is, het kan gewoon gepubliceerd worden op een website die elke maand door 1.620.000 unieke bezoekers wordt bezocht. Een goed voorbeeld vind ik altijd het verhaal van Mabel Wisse Smit en haar avontuur op Wikipedia. In augustus 2007 ontstond commotie over een wijziging die anderhalf jaar eerder was aangebracht in het Engelstalige artikel over Mabel Wisse Smit. Er was een citaat veranderd in het voordeel van Mabel, waardoor de waarheid verdraaid op de website stond. De Wikiscanner achterhaalde dat deze wijziging op de computer van Paleis Huis ten Bosch was gedaan. Eind augustus 2007 maakte de RVD bekend dat de wijziging inderdaad door Mabel en Friso zelf aangebracht was. Het feit is dat deze wijziging hier al anderhalf jaar stond. Anderhalf jaar lang hebben mensen elke dag de verdraaide waarheid op de website kunnen lezen.

 

Maar moeten we Wikipedia dan helemaal van de baan schappen, als zijnde onbetrouwbaar? Wie kunnen we verantwoordelijk houden voor de verdraaide waarheid op de site? Ligt de verantwoordelijkheid wel bij de schrijver? Of kun je die beter leggen bij degene die Wikipedia als bron gebruikt? Dat laatste lijkt mij stukken logischer. Iedereen weet dat Wikipedia het product is van de niet-altijd-alles-wetende-prosument. En zeker media die geacht worden altijd de waarheid te spreken zullen in gedachte moeten houden dat ze Wikipedia niet als enige bron kunnen gebruiken. Maar wanneer een journalist over bijvoorbeeld Schildluis wil schrijven, en even voor zichzelf duidelijk wil hebben wat voor een diertje dit is, zou ik als ik hem was gewoon naar Wikipedia gaan. Want dan kan je jezelf afvragen: Welke reden zou iemand in hemelsnaam moeten hebben om de waarheid over een schildluis te verdaaien?

 

Volgens mij staat Wikipedia zeker niet gelijk aan bijvoorbeeld een Winkler Prins Encyclopedie, welke een redactie heeft die alle feiten op juistheid controleerd. Maar Wikipedia staat ook niet gelijk aan klinklare onzin. Je moet gewoon, net als bij vele andere bronnen, je eigen boerenverstand gebruiken bij het gebruik van de vrije encyclopedie.

 

Blog op Wordpress.com.