Marshandising

februari 1, 2009

Beveiligd: Opdracht 7 – Functioneringsverslag (2)

Ingedeeld onder: SLB-opdrachten — 2007marshavandegriend @ 5:14 pm

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


Een online oorlog heeft invloed op de offline oorlog

Ingedeeld onder: Eigen werk — 2007marshavandegriend @ 5:06 pm

Vandaag kwam ik een nieuw fenomeen tegen, een ‘online oorlog’. Bij dit begrip dacht ik meteen aan kinderen van de middelbare school die elkaar online, via MSN of communitysites, pesten. Ik vond het vreemd om dit meteen een ‘oorlog’ te noemen, aangezien er wel ernstigere dingen op de wereld gebeuren. Daarom besloot ik het artikel verder te lezen. Het bleek niet om een online pesterij te gaan, nee, het ging om een échte oorlog.

De oorlog tussen de Palestijnen en de Israëliërs duurt al jaren, ik weet niet beter of er wordt gestreden in de Gazastrook. Maar de oorlog speelt niet alleen af in de Gazastrook. De oorlog wordt ook online gestreden. De Israëlische persvoorlichter Maj. Avital Leibovich zei, op de persconferentie van 24 december 2008: “Zowel de blogosfeer als de nieuwe media zijn onderdeel van de oorlog tegen Hamas. Ook daar moeten we een belangrijke speler zijn.” Internationale kanalen als YouTube, Public Diplomacy en Twitter worden gebruikt om sympathieën voor hun strijd te winnen. De Palestijnen en hun aanhangers spreken van massamoord, een tweede Holocaust en genocide. Terwijl pro-Israëlische sites wijzen op zelfverdediging. Marco Visser heeft in zijn artikel ‘Israel kan strijd op web nog niet winnen’, gepubliceerd op de website van Trouw, alles even op een rijtje gezet. Hieruit blijkt dat Israël de strijd online aan het verliezen is.

Online activiteiten
Op YouTube bijvoorbeeld, heeft het Israëlische leger zijn eigen kanaal. Hierop toont ze filmpjes van bombardementen die aantonen dat Hamas wapens verbergt in moskeeën. Daarnaast probeert het Israëlische leger de VN tegen Hamas op te zetten door filmpjes te plaatsen van Hamasleden die raketten afvuren bij een VN-school. Het ministerie van Defensie probeert de oorlog via dit kanaal op een persoonlijke manier te benaderen. Zij plaatsen vlogs, de videovariant van blogs, welke echter meer op propagandaclips lijken.

Maar dit is niks in vergelijking met wat de Palestijnse aanhangers voor indruk achterlaten op het web. Online zijn het niet zozeer de Palestijnse strijders of Hamasleden die de vijanden van de Israëliërs genoemd kunnen worden. Hamas is zelfs heel wat minder succesvol op het web omdat veel Amerikaanse websites geen materiaal van terreurorganisaties willen publiceren. Het zijn eerder de (westerse) critici en de Palestijnse activisten. Zij laten hun stem online meervoudig horen, en spreken hiermee de Israëlische boodschappen tegen. De pro-Israëlische blogs zijn duidelijk in de minderheid. ‘Over het waarom valt te speculeren’, zegt Marco Visser in zijn artikel, ‘maar ook in de Nederlandse media is het pro-Palestijnse geluid net iets sterker’.

Ja, zo lijkt het inderdaad dat Israël de strijd aan het verliezen is. In het vervolg van dit artikel wil ik de volgende vragen beantwoorden: Betekent dit dat Israël ook ‘offline’ zwakker is? In hoeverre heeft deze online oorlog invloed op de echte oorlog?

Offline zwakker
Wat uit het voorbeeld van de Israëliërs en Palestijnen blijkt, is dat beide groepen online aanhangers proberen te winnen. Met filmpjes, blogs en vlogs wordt de andere partij op een negatieve manier voor de buitenwereld afgeschilderd. De beide partijen nemen hiermee het heft in eigen handen. Via de nieuwe media proberen zij zelf het beeld van de rest van de wereld op ‘hun’ oorlog te bepalen. En omdat de pro-Palestijnse stem sterker is dan de pro-Israëlische stem, is die wereldwijde groep aanhangers van de Palestijnen groter.

Kunnen we hieruit opmaken dat Israël ook offline aan het verliezen is?

Vroeger werd een strijd bepaald door de kracht van beide partijen, en niet door het aantal aanhangers. Wanneer een kleine stad tegen een grote stad streed, hoefde dit niet te betekenen dat de grote stad zou overwinnen. Het resultaat werd niet bepaald door de grote van de aanhangers, maar de sterkte van de strijdende legers.

Tegenwoordig wordt een strijd niet alleen meer gestreden door twee legers. Ten eerste zijn er altijd meerdere legers bij betrokken. Daarnaast wordt de strijd niet alleen fysiek gestreden, maar ook mondeling. Wanneer een partij de juiste contacten en verbonden heeft met de juiste personen of regeringen, kan dit ervoor zorgen dat hij de strijd wint. Wat er over een partij wordt gezegd, is bepalend of die juiste personen of regeringen een verbond met de partij willen sluiten of niet. En dit ‘praten’ is tegenwoordig tienduizend keer zo snel de wereld rond dan toen er nog geen internet was. Een mening is dus snel gevormd.

Jammer genoeg wordt hierbij niet in aanmerking genomen wat Andrew Keen zo mooi verwoordt in zijn boek De @-cultuur. Hoe internet onze beschaving ondermijnt. Op pagina 86 zegt hij: “Het probleem is dat de virale, redactieloze aard van YouTube – van neonazi’s tot propagandisten en campagnemedewerkers – in staat stelt om anoniem misleidende, manipulatieve en uit hun verband gerukte video’s te publiceren.” En dit geldt natuurlijk niet alleen voor YouTube, maar ook voor vele andere nieuwe media.

Het is niet voor niets dat de Israëlische persvoorlichter de opmerking maakte dat zij ook in de blogosfeer en in de nieuwe media een belangrijke speler moeten zijn. Online zwak maakt je offline ook zwak. De mensen waarmee je een sterk verbond wilt sluiten, lezen namelijk ook wat er over jou online geschreven wordt. Net zoals een sollicitant ook eerst online wordt nagetrokken voordat hij wordt aangenomen.

Kracht van een online oorlog
Naar mijn mening heeft een online oorlog invloed, en is deze invloed groot. Een online strijd is erg krachtig, het kan zelfs levens kosten. Dit komt door twee belangrijke aspecten. Ze zijn hierboven al tussen neus en lippen genoemd, maar ik wil ze nogmaals benadrukken en uitwerken.

Het belangrijkste aspect is dat de online oorlog internationaal is. De oorlog in de Gazastrook was al internationaal door de bemoeienis van de Verenigde Naties. Maar door de online oorlog krijgt deze oorlog nog eens een extra internationaal tintje. Niet alleen wereldleiders en militaire legers hebben ermee te maken, ook de burger heeft er via de computer in zijn huiskamer mee te maken. En niet alleen de burgers die in de buurt van de Gazastrook wonen, ook de burgers die aan de andere kant van de wereld wonen. Bij de Tweede Wereldoorlog werden burgers van verschillende landen er alleen bij betrokken wanneer hun regering banden had of kreeg met één van de landen die al in de oorlog verwikkeld waren. Bij een online oorlog is je betrokkenheid niet meer afhankelijk van wat de regering van je land besluit. Of, zoals B. Heijne dat in zijn boek Onredelijkheid zegt: “De wereld is naar mij toegekomen” (hoofdstuk 6, p. 105). Dit zorgt ervoor dat een groep aanhangers in een kort tijdbestek immens kan groeien.

Ten tweede bestaat de wereldwijde groep online aanhangers niet alleen uit ‘normale’ burgers. Veel van de critici hebben in het ‘echte’ leven veel invloed in de maatschappij. Een klein voorbeeld is politicus Jan Marijnissen van de SP. Hij heeft een uitgesproken mening over de oorlog tussen de Palestijnen en de Israëliërs. Dit laat hij zowel in de traditionele media, als in de nieuwe media blijken. Maar hij is ook politicus. En als politicus heb je een grotere invloed op de maatschappij, dan een ‘gewone’ burger.

Zo zijn er ook andere opinieleiders en columnisten als Nachoem Barnea, Alex Fishman en Eitan Haber die met hun mening veel invloedrijke lezers beïnvloeden. Eitan Haber is bijvoorbeeld voormalig speechschrijver en rechterhand van de Israëlische premier Rabin en geniet daardoor veel aanzien in politieke aangelegenheden. Meningen van deze personen worden serieus in overweging genomen bij beslissingen over verbonden tussen regeringen.

Ja, een online oorlog heeft zeker gevolgen voor de strijd die offline gestreden wordt.

januari 14, 2009

Popu Politiek

Ingedeeld onder: Actualiteit — 2007marshavandegriend @ 5:11 pm

Ik herinner me nog een spotprent uit de geschiedenisboeken. Daarop zag je een echtpaar uit de gegoede burgerij uit het raam naar buiten kijken waar een massa arbeiders demonstreert voor stemrecht. Eronder stond maar één enkel zinnetje wat de sfeer van die tijd uitstekend beschrijft: “Is het niet om te gieren? Die bende wil hetzelfde kiesrecht hebben als ik!” Volgens de conservatieve liberalen in de 19e eeuw had die ‘bende’ geen recht op stemmen aangezien ze geen benul hadden van de politieke kwesties.

 

Nu is het 2009. Iedereen betaalt belasting, iedereen heeft kiesrecht. Wanneer een politieke leider die stemmen wilt winnen, moet hij dit waard zijn. En of hij dit waard is, wordt afgemeten aan zijn mediaoptreden. Zestig jaar verschil en de wereld lijkt totaal omgedraaid te zijn.

 

De media heeft een immens grote invloed op het stemgedrag van de burgers. Ging het vroeger nog om de boodschap die de verschillende politici brachten, daar gaat het nu om de persoonlijkheid van desbetreffende politici. Wanneer je in de kranten zoekt naar berichten over de Amerikaanse presidentskandidaten van dit jaar, krijg je de volgende koppen: ‘Obama jong, knap en zongebruind’, ‘Obama koopt beste zendtijd’, ‘Palin gezond’, ‘Michelle wordt first lady’, ‘Ook astronauten stemmen’, ‘McCain stemt in Phoenix’, ‘Halfbroer wacht in spanning af’, ‘McCain is echte actieheld’ en ga zo maar door. Ik heb in geen van deze krantenkoppen één fractie van de standpunten van de presidentskandidaten kunnen vinden.

 

Een belangrijk gevolg van dit soort media-aandacht is dat er steeds meer burgers gebruik maken van hun stemrecht. Doordat de media zó veel aandacht aan verkiezingen en politici besteden, wordt de kijker er veel eerder toe aangezet om een standpunt in te nemen. En daarbij, wat belangrijker is, zij komen voor dit standpunt uit. Dit blijkt uit diezelfde Amerikaanse presidentsverkiezingen van dit jaar, de opkomst van stemgerechtigden die ook daadwerkelijk gingen stemmen is met 10% gestegen. Het politiek burgerschap groeit.

 

Maar nu is de belangrijkste vraag: Stemmen deze ‘politiek bewuste burgers’ voor de boodschap die een politici brengt, of stemmen zij voor het karakter dat de politici in de media neerzet?

 

Laten we de laatste Amerikaanse presidentsverkiezingen weer als voorbeeld nemen. Uit onderzoek bleek dat de meeste Amerikanen niet meer dan drie concrete standpunten van de ‘strijdende’ partijen konden noemen. Ook bij de verkiezingen van 2004 richtte maar 10% van de kiezers zich op het politieke programma of de doelstellingen van de kandidaten. Dat standpunt waar zij voor uitkomen heeft dus veel meer betrekking op het uiterlijk van de presidentskandidaat, dan om zijn politieke doelstellingen.

 

En als ik naar mezelf kijk, ik heb ook niet veel meegekregen van de boodschap die beide presidentskandidaten wilden brengen. Ik ben zelf politiek neutraal en wil me er totaal niet mee bezig houden, maar heb deze Amerikaanse presidentsverkiezingen toch met belangstelling gevolgd. Ik ben namelijk wel in de media geïnteresseerd, vooral in de manier waarop zij verhalen en personen neerzetten. En dat laatste is eigenlijk het enige wat de media, maar ook de politici zelf, doen. Zij zetten een persoon neer, een karakter, een idool, een individu waar mensen zich mee kunnen vereenzelvigen. De nadruk ligt zo sterk op dit individu, zijn hond, zijn vrouw, zijn kinderen en zijn dagelijkse bezigheden, dat zijn boodschap eronder gebukt gaat. Het enige wat ik heb meegekregen is dat McCain een republikein is en Obama voor de democratische leringen staat.

En zelfs dàt heb ik, voor de zekerheid, nog even na moeten googlen…

 

Als die conservatieve liberaal van de 19e eeuw nu nog zou leven, dan zou hij zich in het geheel niet druk maken om het feit of die ‘bende’ wel of geen verstand van politieke kwesties heeft. Nee, hij zou zich veel meer druk maken om de presentatie van ‘zijn’ politieke kandidaat in de media. Want hoe oppervlakkiger die presentatie, hoe meer ‘bendes’ er stemmen. En welke toekomstplannen deze kandidaat heeft? Dat merken we vanzelf wanneer we geen keus meer hebben…

 

Wikipedia als vertrouwenspersoon

Ingedeeld onder: Actualiteit — 2007marshavandegriend @ 5:09 pm

Hoe beter het gaat met Wikipedia, hoe slechter het gaat met encyclopedieën als Winkler Prins en Brittanica. “Wikipedia is een meertalige encyclopedie, waarvan de inhoud vrij beschikbaar is. Iedereen kan hier kennis toevoegen!”, zo wordt Wikipedia op zijn eigen website beschreven. De Nederlandse versie van de site heeft 1.620.000 unieke bezoekers per maand. De vrije encyclopedie is een fenoneem geworden, en dat terwijl er 20 november 2008 in het NRC Handelsblad stond dat Winkler Prins stopt met de papieren encyclopedie. Winkler Prins zegt niet op te kunnen tegen de gratis naslagwerken op het internet.

 

Deze ontwikkeling wordt niet door iedereen in dank afgenomen. Andrew Keen gooit, in zijn artikel Waarheid en Leugen, Wikipedia op één hoop samen met Youtube en alle weblogs. Het zijn allemaal ontwikkelingen die mogelijk zijn sinds Web 2.0 de wereld is binnengeslopen. Sinds Web 2.0 heeft de ‘vrijheid van meningsuiting’ een hele andere invulling gekregen. Weblogs staan vol met verzinsels, geruchten en regelrecht bedrog waarbij vaak andere individuen worden geschaad in hun reputatie. Ook Wikipedia valt niet te vertrouwen, iedereen kan er alles op zetten of veranderen. Er is geen redactie die de inhoud controleert op juiste feiten, zoals dat normaal is bij traditionele media. Volgens Andrew Keen is dit één van de vele redenen om niet op Wikipedia te vertrouwen, maar veeleer de dikke Brittanica erbij te pakken als bronnenmateriaal.

 

Ik denk zelf dat Andrew Keen enigszins wel gelijk heeft. Het is inderdaad waar dat iedereen maar kan zeggen wat hij wil. En of dit nu waarheid of onzin is, het kan gewoon gepubliceerd worden op een website die elke maand door 1.620.000 unieke bezoekers wordt bezocht. Een goed voorbeeld vind ik altijd het verhaal van Mabel Wisse Smit en haar avontuur op Wikipedia. In augustus 2007 ontstond commotie over een wijziging die anderhalf jaar eerder was aangebracht in het Engelstalige artikel over Mabel Wisse Smit. Er was een citaat veranderd in het voordeel van Mabel, waardoor de waarheid verdraaid op de website stond. De Wikiscanner achterhaalde dat deze wijziging op de computer van Paleis Huis ten Bosch was gedaan. Eind augustus 2007 maakte de RVD bekend dat de wijziging inderdaad door Mabel en Friso zelf aangebracht was. Het feit is dat deze wijziging hier al anderhalf jaar stond. Anderhalf jaar lang hebben mensen elke dag de verdraaide waarheid op de website kunnen lezen.

 

Maar moeten we Wikipedia dan helemaal van de baan schappen, als zijnde onbetrouwbaar? Wie kunnen we verantwoordelijk houden voor de verdraaide waarheid op de site? Ligt de verantwoordelijkheid wel bij de schrijver? Of kun je die beter leggen bij degene die Wikipedia als bron gebruikt? Dat laatste lijkt mij stukken logischer. Iedereen weet dat Wikipedia het product is van de niet-altijd-alles-wetende-prosument. En zeker media die geacht worden altijd de waarheid te spreken zullen in gedachte moeten houden dat ze Wikipedia niet als enige bron kunnen gebruiken. Maar wanneer een journalist over bijvoorbeeld Schildluis wil schrijven, en even voor zichzelf duidelijk wil hebben wat voor een diertje dit is, zou ik als ik hem was gewoon naar Wikipedia gaan. Want dan kan je jezelf afvragen: Welke reden zou iemand in hemelsnaam moeten hebben om de waarheid over een schildluis te verdaaien?

 

Volgens mij staat Wikipedia zeker niet gelijk aan bijvoorbeeld een Winkler Prins Encyclopedie, welke een redactie heeft die alle feiten op juistheid controleerd. Maar Wikipedia staat ook niet gelijk aan klinklare onzin. Je moet gewoon, net als bij vele andere bronnen, je eigen boerenverstand gebruiken bij het gebruik van de vrije encyclopedie.

 

juni 22, 2008

Beveiligd: Opdracht 6 – Minorvoorstel

Ingedeeld onder: SLB-opdrachten — 2007marshavandegriend @ 9:43 pm

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


Beveiligd: Opdracht 4 – Functioneringsverslag

Ingedeeld onder: SLB-opdrachten — 2007marshavandegriend @ 9:41 pm

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


Beveiligd: Opdracht 3 – Sollicitatiebrief

Ingedeeld onder: SLB-opdrachten — 2007marshavandegriend @ 9:40 pm

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


Beveiligd: Opdracht 2 – Stagevoorstel

Ingedeeld onder: SLB-opdrachten — 2007marshavandegriend @ 9:39 pm

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


Beveiligd: Opdracht 1: Competenties en Leerdoelen

Ingedeeld onder: SLB-opdrachten — 2007marshavandegriend @ 9:38 pm

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


Beveiligd: Opdracht 5

Ingedeeld onder: SLB-opdrachten — 2007marshavandegriend @ 9:32 pm

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


Volgende Pagina »

Blog op Wordpress.com.